Vogels >> Kromsnavels 

Veelvoorkomende ziekten en problemen bij kromsnavels (parkiet- en papegaaiachtigen)

Besmettelijke ziekten

Algemeen

Besmettelijke ziekten spelen vooral een rol als U een nieuwe vogel aanschaft of als U meerdere vogels heeft. Het is altijd belangrijk om alleen gezond ogende, schone vogels aan te schaffen. Indien U al vogels heeft, dan is het verstandig om een nieuw aangeschafte vogel gedurende een maand in quarantaine te houden, alvorens deze bij de rest te plaatsen. Voor de besmettelijke ziekten geldt ook dat er bij overbevolking (te volle volière) en bij stress meer kans is op uitbraak van de ziekte. Helaas komen er bij de kromsnavels ook een aantal virusziekten voor die pas na maanden of soms zelfs na jaren tot uiting kunnen komen. Voor deze virusziekten bestaat de mogelijkheid om Uw vogel te laten testen middels bloed- of veeronderzoek (zie virusziekten).

Luchtzakmijten

Luchtzakmijten zijn parasieten die door direkt contact of via drinkwater of voeding overgebracht worden. Klachten treden soms pas enkele maanden later op en bestaan in eerste instantie uit stemverlies en de snavel afvegen. Later kan er ook niezen, kopschudden, met open bek ademen en rochelen optreden. De aandoening is goed te behandelen.

Huid- en veerparasieten

Hiertoe behoren diverse mijtsoorten en luizen. Deze kunnen voorkomen op de huid van lichaam of poten, op de veren en bij grasparkieten vaak boven de snavel. Mijten zijn zo klein dat ze met het blote oog nauwelijks waar te nemen zijn. Bovendien graven veel mijtsoorten zich in de huid in. Luizen zijn vaak met het blote oog wel te zien. Deze parasieten veroorzaken allen jeuk en onrust. Bij ernstige besmetting kan zelfs bloedarmoede optreden. Ook kan de huid van de poten en de kop erg verdikt en knobbelig worden. Naast medicamenteuze behandeling van alle dieren is het ook noodzakelijk om kooi en/of volière goed te reinigen en te behandelen(zie parasietenbestrijding).

Worminfecties

Worminfecties komen vooral voor bij wildvangvogels en bij vogels afkomstig uit grote bestanden. Er zijn echter ook worminfecties die overgebracht kunnen worden door insecten en door regenwormen. Wormen kunnen

verschillende klachten veroorzaken, waaronder vermagering, braken, diarree, verstopping, benauwdheid, rochelende ademhaling, en bloedarmoede. De besmetting is meestal vast te stellen door een ontlasting- onderzoek.

Giardia-infectie

Giardia is een darmparasiet die chronische, stinkende diarree en daardoor vermagering kan veroorzaken. Giardia is ook besmettelijk voor mensen. Giardia kan aangetoond worden door ontlasting-onderzoek.

Virusinfecties

Algemeen

Er zijn verschillende soorten virusinfecties die bij kromsnavels voorkomen. Er zijn geen geneesmiddelen die virusinfecties bij vogels kunnen genezen. Het verloop van een virusinfectie kan variëren van mild tot zeer ernstig. In alle gevallen is het belangrijk om de zieke vogel te ondersteunen met rust, warmte en goede voeding of soms zelfs met voedingssupplementen. In veel gevallen blijft een vogel levenslang drager van een virus en kan hij op die manier andere vogels besmetten. Sommige virussen kunnen ook levenslang klachten veroorzaken en zelfs uiteindelijk leiden tot de dood.

Psittacine Beak and Feather Disease

PBFD komt veel voor bij kaketoes, maar ook bij andere papegaaien en parkietachtigen. De ziekte kan bij jonge dieren acuut verlopen en veroorzaakt dan apathie, bol zitten en niet meer willen eten. De chronische vorm kan op alle leeftijden optreden en zorgt voor een slechte veerkwaliteit en afwijkingen aan de snavel en het gehemelte. Ook treedt uiteindelijk een afweerstoornis op, waardoor de vogels vatbaarder zijn voor secundaire infecties. Deze secundaire infecties kunnen uiteindelijk fataal verlopen. De ziekte is niet te genezen en kan aangetoond worden door middel van bloedonderzoek.

Polyomavirusinfectie

Het Polyomavirus kan bij alle kromsnavels voorkomen en het ziektebeeld kan erg divers zijn. Meestal treden problemen op bij de jonge vogels van 1 tot 7 weken oud. Er kan dan plotselinge sterfte optreden van een deel van de jongen. Deze hebben vaak onderhuidse bloedingen door stollingsproblemen. Nestgenoten die de ziekte overleven blijven vaak levenslang drager en kunnen dus andere vogels besmetten of zelf op latere leeftijd alsnog ziek worden. Zij vertonen dan vaak leverproblemen of afwijkende bevedering. De ziekte kan verspreid worden via huidschilfers, veerstof en ontlasting. Oudere dieren die besmet raken kunnen plotseling doodgaan of bovenbeschreven symptomen gaan vertonen. Overleven zij de ziekte, dan kan de besmetting na 24 weken verdwijnen. De ziekte is aan te

tonen door middel van bloedonderzoek of bij sectie van dode vogels. Volwassen dieren die de ziekte hebben, moeten na 24 weken opnieuw getest worden. Hokken kunnen ontsmet worden met Halamid.

Bacteriële infecties

Algemeen

Er zijn veel bacteriële infecties die ook bij papegaaien en parkietachtigen problemen kunnen veroorzaken. In veel gevallen zijn bacteriële infecties secundair aan andere aandoeningen, zoals een weerstandsvermindering tgv slechte voeding of PBFD of tgv slechte hygiëne. Alle organen kunnen door bacteriën aangetast worden, maar het vaakst worden problemen van de huid, de luchtwegen, het maagdarmkanaal en de urinewegen gezien. De meeste bacteriële infecties zijn goed te behandelen met antibiotica.

Papegaaienziekte

De belangrijkste bacteriële infectie die bij kromsnavels voorkomt is Papegaaienziekte ofwel Psittacose. Deze ziekte is ook besmettelijk voor de mens. De symptomen zijn vieze ogen, vieze neus, luchtwegklachten, diarree, slechte eetlust en soms sterfte. Bij mensen kan een longontsteking optreden. De infectie wordt verspreid via vocht uit ogen en neus en via ontlasting. De infectie kan vastgesteld worden door onderzoek hiervan. De vogels kunnen na een langdurige behandeling met antibiotica genezen. Ook de omgeving dient gereinigd en gedesinfecteerd te worden. De ziekte is aangifteplichtig.

Schimmel- en gistinfecties

Aspergillose

Aspergillose is een schimmelinfectie van de luchtwegen. In zeldzame gevallen kunnen ook andere organen aangetast worden. Ernstige benauwdheid en een luidruchtige ademhaling kunnen plotseling optreden. Ook kan er acute sterfte optreden. De schimmel kan afkomstig zijn van pinda’s en zaden en kan vooral bij dieren met een slechte weerstand acute problemen veroorzaken.

Candidiose

Secundaire gistinfecties van krop, kliermaag en darmen kunnen vooral optreden bij dieren met een slechte weerstand of dieren die slechte voeding krijgen. Zelden worden luchtwegproblemen gezien.

Niet-besmettelijke ziekten Algemeen

Deze aandoeningen komen voornamelijk voor bij een individueel gehouden dier of bij een individueel dier in een groep. Uitzonderingen vormen de aandoeningen veroorzaakt door voedingsfouten(zie voeding). Deze aandoeningen treffen meestal de gehele groep. Indien medicamenteuze behandeling noodzakelijk is, verdient het de voorkeur om medicijnen rechtstreeks in het bekje in te geven.

Voedselgerelateerde aandoeningen

Algemeen

Hoewel de meeste papegaaien en parkietachtigen zaadeters zijn, hebben zij ook dierlijk eiwit nodig. Individueel gehouden dieren kunnen het beste gevoerd worden met complete voeding van Harrison’s (zie voeding). Door de uniforme samenstelling is het niet mogelijk voor de vogel om alleen de lekkerste dingen te selecteren. Wordt alleen een zaadmengsel gevoerd, dan treden op den duur tekorten op aan vitaminen en mineralen. Deze tekorten leiden uiteindelijk weer tot diverse ziektebeelden zoals slechte weerstand en gevoeligheid voor infectieziekten, botafwijkingen, vermagering, afwijkingen van de slijmvliezen, storingen van het zenuwstelsel, legnood, slechte broedresultaten, slechte veerkwaliteit, ruiproblemen, kleurverlies etc.

Snavelproblemen

Afwijkend gevormde snavels kunnen diverse oorzaken hebben. Een veelvoorkomende oorzaak is een virale PBFD-infectie. Ook deficiënte voeding kan snavelproblemen veroorzaken. Afwijkende of te lange snavels kunnen in onze kliniek ingekort worden. Uiteraard moet ook de oorzaak gezocht worden.

Verenplukken

Verenplukken kan vele oorzaken hebben. Veelvoorkomende oorzaken zijn parasieten en virusinfecties als Polyoma en PBFD. Deficiënte voeding kan ook aanleiding geven tot afwijkende veergroei en verenplukken. Soms zijn er geen lichamelijke oorzaken voor het verenplukken, maar is het een vorm van afwijkend gedrag door bijvoorbeeld verveling of stress. Als lichamelijke aandoeningen uitgesloten kunnen worden, dan kan Uw papegaai baat hebben bij gedragsbeïnvloedende medicatie en afleiding. Ook een kraag kan soms een oplossing zijn.

Verkleuring

Het verkleuren van de veren is veelal het gevolg van deficiënte voeding. In eerste instantie kunnen de veren dof worden of er ontstaan donkere streepvormige verkleuringen in een afzonderlijke veer. Deze streepjes noemen we stresslijnen. Krijgt een vogel langere tijd deficiënte voeding, dan kan de vogel geheel grauwgrijs verkleuren. Deze verkleuring kan zich wel weer herstellen als de vogel overgeschakeld wordt naar een kwalitatief

goed voer (Harrison’s). Dit zal wel enkele maanden tot jaren duren. Een ander soort verkleuring is het plotseling doorkomen van bijvoorbeeld een rode veer op de plaats waar normaal alleen groene veren zitten. Dit kan duiden op een leverfunctiestoornis.

Legnood

Als een vogel haar ei niet kwijt kan, zal ze stil worden en meestal op de bodem van de kooi bol gaan zitten. Soms is het ei te voelen of te zien in de buik of in de cloaca (poepopening). Heeft Uw vogel symptomen van legnood, maak dan een afspraak in onze kliniek. Legnood kan binnen 24 uur fataal aflopen voor Uw vogel.

Hypocalcemie

Dit is een aandoening die vooral voorkomt bij de Grijze Roodstaart, maar die ook wel bij andere soorten kan optreden. De ziekte kenmerkt zich door spierzwakte en het periodiek optreden van toevallen met spierkramp. De prognose is gereserveerd. Beter is om de ziekte te voorkomen door een goede voeding met voldoende calcium.

Vergiftigingen

De meest voorkomende vergiftiging bij kromsnavels is de loodvergiftiging. Lood kan oa voorkomen in loodhoudende verf en in de onderzijde van gordijnen. Ook een vergiftiging door Tefaldampen komt regelmatig voor.

Pootontstekingen

Ontstekingen aan de voetzooltjes kunnen optreden bij gebruik van zitstokken die bekleed zijn met schuurpapier (om de nagels af te laten slijten), (zie huisvesting). Ook gewrichtsontstekingen komen voor. In alle gevallen geldt dat als Uw vogel niet meer op de zitstok kan zitten, U het drinkwater en het voer bij hem op de grond neer moet zetten. Medische hulp in de vorm van antibiotica en pijnstillers is vaak noodzakelijk. Hiervoor kunt U een afspraak maken bij onze kliniek.

Verlamming

Gebruikt Uw vogel een van beide pootjes niet, dan kan het gaan om pijn in het onbelaste pootje (zie pootontstekingen). Echter vaak gaat het om een

verlamming van de poot. De oorzaak hiervoor is vaak in de buikholte gelegen. De pootzenuw loopt namelijk door de buikholte en kan aangetast raken bij een ontsteking of tumor van bijvoorbeeld de nier, de testikel of de eierstok. Een onderzoek in onze kliniek kan vaak meer duidelijkheid verschaffen over deze oorzaak.

Nierproblemen

Het duidelijkste symptoom bij nieraandoeningen is een toename van het urine-volume. Normaal gesproken plast een vogel geen water uit, maar alleen de kristalvormige afvalstoffen in de vorm van een wit beslag op de ontlasting. Als het urine-volume toeneemt kan er om de ontlasting een natte plas liggen. Dit wordt door veel eigenaren geïnterpreteerd als diarree. Afhankelijk van de oorzaak kan met medicatie of aangepaste voeding de levenskwaliteit verbeterd worden.

Jicht

Jicht is een ophoping van urinezuurkristallen. Dit kan in de gewrichten optreden, met als gevolg, verdikte, pijnlijke gewrichten. Het kan ook in de organen optreden. Er zijn diverse oorzaken voor, waaronder nierproblemen, verkeerde voeding en vergiftigingen. Jicht kan zeer ernstig verlopen. Met medicatie zijn de problemen wel enigszins onder controle

te krijgen.

VEREN PLUKKEN:

 

Het uittrekken van veren ofwel verenplukken is niet echt een ziekte maar vaak een vorm van abnormaal gedrag. Een papegaai die in de natuur op een rustige en veilige plek zit zal daarvan gebruik maken door zijn verenpak in orde te gaan maken. Dit verenpak verzorgen associeert de papegaai met een gevoel van rust en veiligheid.

Als een papegaai, die opgesloten zit, het ergens niet mee eens is kan hij niet vluchten,ook kan hij zijn frustratie niet op een soortgenoot afreageren.

De papegaai zal toch de behoefte hebben om te kalmeren en zo overdreven veel aan zijn veren gaan poetsen.

 

Ineens gaat hij/zij dus zijn verenkleed "verzorgen" omdat dat hij 'weet" dat hem dat altijd een goed gevoel gaf.

De papegaai vertoont een gedrag wat eigenlijk niet in die situatie (stress) maar juist in een andere situatie (rust) thuis hoort. Echter door de stress zal het rustige gevoel ditmaal uitblijven. Dat probeert de papegaai dan te compenseren door dit verzorgende gedrag dan maar veel heftiger en hardhandiger uit te voeren.

Dit gedrag leidt hem af van de stress en verlaagd daardoor het onaangename stress gevoel. Het gevolg is wel dat hij uit frustratie zo hardhandig zijn verenpak gaat "verzorgen" dat er stukken uit de veren afgebeten worden met de snavel. Deze stugge veren breken af of worden er later door de papegaai uit getrokken.

 

De korte donsveertjes worden vaak ontdaan van de dwarsbaarden en "verpluizen" helemaal.

Dat een papegaai een verenplukker is, kan je zien aan de veren op de kop, dit is namelijk de enige plek waar de vogel niet bij kan. (Heeft de vogel ook een kale kop, dan betekent dat dat hij geplukt wordt door een soortgenoot).

De vogel begint meestal met pikken op de borst en op de "schouders" van de vleugel .

 

Oorzaak frustratie:

Er zijn verschillende oorzaken voor deze frustraties te noemen zoals verveling tengevolge van een hele dag alleen in huis of opgesloten zitten in een kooi. Juist vogels die erg gehecht zijn aan mensen zijn gevoelig voor dit gedrag. Als de baas weggaat zou de vogel graag meegaan. In het oerwoud zal het uit het oog verliezen van elkaar makkelijk tot elkaar kwijtraken leiden. De vogel gaat schreeuwen om aandacht te trekken of blijft gefrustreerd achter met een vervelend gevoel van verlatenheid. Helaas kan geen baas 24 uur per dag bij zijn vogel blijven.

 

Verveling:

Verveling is de grootste oorzaak voor abnormaal gedrag. Ieder vogel is verschillend en heeft een andere behoefte aan aandacht, dit kan ook per soort erg uiteenlopen.

Veel vogels die zichzelf kaalplukken blijven dit doen om aandacht van de eigenaar te vragen.

Lichamelijke oorzaken:

Veermijten en parasieten kunnen een oorzaak van het plukgedrag zijn, maar ook allerlei andere factoren zoals: droge lucht, verkeerde voeding, allergie, rui-stoornis, infectie aan de veerfollikels (PBFD) kunnen een geïrriteerde huid geven.

Als de huid gaat jeuken wil de papegaai dit tegengaan door met zijn poot of snavel te krabben. Hij trekt er dan wat veertjes uit en de huid zal zo steeds verder geïrriteerd raken.

Soms is het echter moeilijk om onderscheid te maken tussen een verenplukker vanuit een lichamelijke oorzaak of een verenplukker vanuit abnormaal gedrag.

Bij twijfel zal de dierenarts of gedragstherapeut dan ook aanraden om een virustest te laten uitvoeren.

 

De huid van de papegaai is het gevoeligst op de plaats waar de veer door de huid heen komt. De papegaai zal dus zijn veren eruit blijven trekken zolang de oorzaak niet weg wordt genomen.

Het afwijkende gedrag kan zo'n gewoonte geworden zijn dat de kans om dit patroon te doorbreken moeilijk word.

De nieuwe doorkomende veren zitten eerst nog in een omhulsel waardoor het eerder aanvoelt als een prikkend stokje dan als een zachte veer. De vogel kan erop gefixeerd raken om deze "stokjes" zo snel mogelijk te verwijderen.

Doordat de papegaai herhaaldelijk de nog groeiende veren eruit trekt kunnen de veerfollikels zo beschadigd raken dat de veren uiteindelijk helemaal niet meer terugkomen. Normaal gesproken groeit zodra een veer verwijderd wordt er binnen 3-4 weken weer een volledig nieuwe veer terug.

 

Kortwieken:

Sommige vogels gaan juist verenplukken na het kortwieken. De restanten van de afgeknipte veren "prikken" in het vel van de oksels als de vleugels opgevouwen zitten. Door deze irritatie kan de vogel proberen deze veerstompen te verwijderen of in te korten. Waarna op een gegeven moment de vogel niet alleen de gekortwiekte veren kan gaan aanpakken maar ook in een kettingreactie de omringende veren gaat plukken. De beste oplossing is dan om óf de stompjes van de afgeknipte veren zo kort mogelijk te houden zodat ze onder de nog aanwezige dekveertjes verborgen blijven óf deze stoppels onder narcose te verwijderen. De nieuwe veren groeien dan binnen 3-4 weken weer in en vaak stopt de vogel ogenblikkelijk met plukken aan zijn vleugels. Tenzij dit gedrag al te lang heeft bestaan en tot gewoonte is uitgegroeid.

 

Verwonding:

Wanneer een vogel zich verwondt is dit niet altijd even goed te zien. Een verwonding kan bij een vogel zonder hulp erg mooi genezen. Maar die tijd gunt de vogel zichzelf vaak niet. Zodra het pijn doet of jeukt gaat de vogel er aan krabben of bijten. Daardoor wordt het van kwaad tot erger. Sommige vogels gaan echt gaten in zichzelf vreten. Kaketoes bijten vaak een stuk uit hun borst en agapornissen hebben voorkeur voor hun oksels of vleugelschouders.

Wat begint met een kromme veer kan eindigen tot een fikse verwonding.

Bij de eerste verschijnselen van dit gedrag moet ogenblikkelijk hulp bij de dierenarts gezocht worden. Als deze wonden langere tijd bestaan vertonen ze namelijk nauwelijks enige genezingstendens meer. De dierenarts zal de vogel tijdelijk een kraag omdoen en de wond onder inhalatie-anesthesie opfrissen en hechten.

 

Voorkomen?:

Om deze zelfbeschadiging te voorkomen moet je er allereerst goed over nadenken of je je nieuwe huisdier wel een goed leven kunt bieden. De vogel moet zo ruim mogelijk gehuisvest worden zodat hij de ruimte heeft om te vliegen als hij dat wil. Het mooist is in een buitenvolière en nog mooier is met een soortgenoot als gezelschap. Als je hem echt als huiskamervogel wilt houden moet je goed bedenken of je hem alle aandacht kan geven die het dier nodig heeft.

Een papegaai heeft een intelligentie wat te vergelijken is met een kind van 3- 4 jaar oud, en besef dat hij ruim 50 jaar oud kan worden.

 

Verenkleed:

Om een verenkleed goed in conditie te houden is een volledige voeding van groot belang. Vitaminedruppels worden wel vaak verkocht tegen verenpikken maar zullen het probleem zelden oplossen. Ook moet de vogel de mogelijkheid hebben om een bad te nemen. Is er geen ruimte voor een bad dan is het een grote aanrader om de vogel met de plantenspuit te besproeien.

Zorg voor steeds schoon water. In een met water gevulde plantensproeier die in de vensterbank in de zon heeft gestaan kunnen gemakkelijk bacteriën gaan groeien

 

Kraag:

Het gebruik van een kraag moet gezien worden als een zwaktebod.

Het is te vergelijken met iemand die nagelbijt, de handen op de rug vastbinden, om er op die manier voor te zorgen dat hij weer lange nagels krijgt.

 

Bij een gedragsconsult wordt vaak de vergelijking gemaakt met nagelbijters bij mensen. Met hun nagels is zelden of nooit wat mis. Soms begint het bijten met een echt scheurtje in een nagel. Daarna verwordt dit gedrag tot gewoonte dat bij vele situatie wordt uitgevoerd. Spannende film op TV, wachten op de bus, examenvrees, verveling als iemand niets te doen heeft etc.

Als er toch een kraag om gedaan wordt dan moet de kraag om blijven tot de vogel weer in een goede conditie is en al zijn veren mooi zijn terug gegroeid. Het teruggroeien van de veren duurt maar een week of zes maar de vogel moet vergeten dat hij ooit heeft geplukt dus moet hij soms de kraag wat langer om houden.

Een deel van de vogels zal vergeten dat hij ooit zijn veren heeft uitgetrokken na het afdoen van de kraag.

Het grootste deel zal, als er niks aan de levensomstandigheden van de vogel wordt verandert, na het afdoen van de kraag weer even hard verder gaan met plukken of zelfbeschadiging.

Verenplukkers blijven dus altijd risicovogels. Net als nagelbijters bij mensen vervallen ze na korte of langere tijd bij stress, verveling of frustratie weer snel terug in het oude gedrag.

Medicijnen hebben op dit gedrag zelden invloed en zouden alleen in combinatie met een gedragstherapie gebruikt moeten worden.

 

Omgaan met de verenplukker:

Hoe sneller na het beginnen met plukken deskundige hulp van een ervaren deskundige wordt ingeroepen, hoe groter de kans dat het gedrag nog gestopt of afgeleerd kan worden.

Vogels die al jaren plukken zullen dit gedrag meestal niet meer afleren.

U kunt proberen om het verenplukken zo veel mogelijk tegen te gaan.

 

Zodra een vogel plukt geef hem dan géén aandacht!

 

Niet bestraffend toespreken of iets dergelijks. Ook bij bestraffend toespreken krijgt de vogel uiteindelijk toch de aandacht waar het hem uiteindelijk grotendeels om te doen is !

Negeer de vogel dus volkomen. Ook niet kijken of enigzins uw hoofd richting de papegaai bewegen! Ze merken echt alles op!

Elke keer als de vogel succes heeft om door middel van het plukken uw aandacht te trekken zal hij het plukken (bijten) een volgende keer nog langer en hardnekkiger proberen.

U versterkt dan dus zelf het ongewenste gedrag en bent indirect (met de beste bedoelingen) wel medeschuldig aan het in stand houden van dit gedrag !!

 

Afleiding:

Zorg voor voldoende afwisseling in het speelgoed.

Heeft U ooit zelf wel eens een leuk spel maanden achtereen gedaan?. Dan gaat het spel u uiteindelijk vervelen.

Verwissel dus wekelijks het speeltje en bied hetzelfde speeltje na enkele weken opnieuw aan. Dan blijft het leuk!

 

Voeding:

Zorg voor goed voer met als basis pellet voeding, hierin zitten alle voedingsstoffen die uw papegaai nodig heeft. Doordat u pellets geeft, kan uw papegaai niet selecteren (bijv. alleen de zonnepitten eruit halen) en weet u zeker dat hij/ zij alle voedingsstoffen binnen krijgt.

 

Biedt daarnaast dagelijks verschillende versnaperingen aan als fruit, wilgentakken, een stukje kaas of een walnoot waarin u met een hamer een klein deukje heeft gemaakt. De vogel zal daarna een tijdje bezig zijn met het verder "slopen" van de walnoot.

Na deze bezigheid is het vaak tijd om te rusten.

Als u iedere iedere keer voordat u vertrekt bijv. een walnoot geeft, zal de vogel in plaats van een negatieve associatie (alleen gelaten worden) als snel een positieve associatie krijgen (lekkernij).

 

In het wild besteden papegaaien het grootste deel van de dag aan het zoeken naar voedsel, u zou dus het voer voor uw papegaai verspreidt over de dag kunnen aanbieden.

Om de papegaai meer moeite te laten doen om zijn voedsel te kunnen bemachtigen, kunt u het bijvoorbeeld verstoppen in een doosje. De papegaai moet nu het voer eerst vinden en dan het doosje proberen te openen om zo bij zijn voer te kunnen komen. (Dit moet wel eerst met een open doosje worden aan geboden en zo stap voor stap moelijker worden gemaakt). Ook zou u bijv. een bak met beukensnippers onder in de kooi kunnen zetten en daar het voer in verstoppen, zodat de papegaai kan scharrelen.

 

Geluid:

Papegaaien communiceren luidkeels in het oerwoud omdat visueel contact in de dichte wouden vaak moeilijk is. Bij het verdwijnen uit het gezichtsveld kan de vogel dus gaan schreeuwen. Dit kan soms verminderd worden door in een andere ruimte een radio aan te zetten. Bij voorkeur niet op een muziek maar juist op en praatprogramma. Het is voor de vogel net of er dan nog wel mensen aanwezig zijn, maar hij kan ze alleen niet zien. De truc werkt niet als de radio in dezelfde ruimte staat als waar de papegaai zich bevind, omdat de vogels wel zo slim zijn om te weten dat het dan om de radio gaat.

 

Bitterspray:

Als een vogel net begint met plukken kunt u nog proberen deze gewoonte voor de vogel onaangenamer te maken door iets bitters op de veren te doen. U moet de vogel dan wel vangen en insprayen.

 

Kraag:

Zoals reeds eerder gesteld is een kraag een vogelonvriendelijk laatste redmiddel. Wij doen de verenplukkers wel eens een kraag om maar alleen als tijdelijke oplossing en wanneer andere maatregelen niet helpen of (nog) niet uitgevoerd kunnen worden. Als enige maatregel is een kraag zker niet afdoende. Zodra de kraag weer afgedaan wordt zal de vogel meestal vrijwel zeker weer aan pikken als er in de tussentijd niet ook andere maatregelen genomen zijn.

 

Op de lange termijn:

Ook als de vogel helemaal kaal is geweest kunnen de veren vaak nog geheel of grotendeels terugkomen. Als de vogel jaren lang heeft geplukt zijn de veerfollikels vaak dusdanig beschadigd dat de vogel zijn vermogen om nieuwe veren te maken is kwijtgeraakt. Als een vogel echt niet van het verenplukken is af te brengen blijft er nog maar één oplossing over: acceptatie door de eigenaar.

De kaalheid is overigens meestal niet zozeer een probleem voor de vogel of zijn soortgenoten maar meer een probleem van de eigenaar. Vervelend voor hem of haar, maar veel minder vervelend voor de vogel.

Hoe dan ook het blijft belangrijk dat de eigenaar eerst probeert om alle adviezen serieus uit te proberen.

 

Bronvermelding: Dierenkliniek: De Toren - Drachten

.

 

 

 

 

Laatste aanpassingen 30-05-2017
© 2018 Dierendoc info@dierendoc.nl